• De jaren van wederopbouw 1945-1960

    Ondanks de naweeën van de oorlog werd twee weken na de bevrijding al een wedstrijd tegen IJFC gespeeld (3-1 winst VVIJ). De eerste ledenvergadering na de oorlog vond plaats op 30 mei 1945 in café de Pauw (nu de Punt).

    De per januari 1945 ingevoerde contributievrijstelling werd met ingang van 2 juni 1945 ingetrokken. De schade aan het terrein werd geraamd op f 400,-. Er kon echter voorlopig niet worden getraind vanwege de slechte toestand van de ballen en nieuwe ballen waren nog niet te koop.

    Op 18 augustus 1948 speelde VVIJ een vriendschappelijke wedstrijd in het (oude) stadion Galgenwaard in Utrecht tegen tweedeklasser Hercules (5-3), samen met DOS de twee hoofdbespelers van het stadion.

    Sinds de degradatie in 1942 kwamen de IJsselsteiners uit in de vierde klasse. Met na de oorlog in 1946 een vierde plaats; in 1947 voorlaatste; en in 1948 en 1949 een derde plaats.

    Helaas geen promotie

    Het seizoen 1949/50 bracht VVIJ het kampioenschap maar de promotieregeling was ongunstig. Met liefst vijf ploegen moest het promotiewedstrijden spelen om één plaats in de derde klasse. Het Bussumse Donar bleek de sterkste. De IJsselsteiners moesten zich weer tevreden stellen met een plaats in de vierde klasse.

    Hoewel in de jaren na 1950 sprake zou zijn van enige economische groei besloot het bestuur in 1951 gezien de toch nog steeds slechte economische toestand tot een tijdelijke contributieverlaging voor werkloze leden. Voor gehuwden en kostwinners 10 cent per week en voor ongehuwden 15 cent per week.

    In de jaren vijftig was VVIJ over het algemeen een middenmoter in de vierde klasse, hoewel het een enkele keer met moeite aan degradatie wist te ontkomen.

    Laatste wedstrijd op Poortdijk

    Op 6 april 1953 speelde VVIJ tegen KDS haar laatste thuiswedstrijd aan de Poortdijk. De resterende competitiewedstrijden konden de rood-zwarten terecht op het terrein van IJFC aan de Noord-IJsseldijk.

    Nadat tevergeefs was gezocht naar een dichterbij gelegen en geschikter veld, slaagde men er ten slotte in 1954 in een stuk bouwland te huren op de Zwarte Dijk (Hoogland). Hier waren echter geen kleedkamers. De tegenover het veld wonende familie Van Dijk bood uitkomst. De elftallen van VVIJ mochten zich in de schuur omkleden en de bezoekende teams werden gastvrij ontvangen in de woning. Zelfs voor thee in de rust werd door moeder Van Dijk gezorgd.

    Op donderdag 6 september 1956 werd het dertigjarig bestaan gevierd in Hotel-Restaurant Het Wapen van IJsselstein en in 1957 werd het honderdste juniorenlid ingeschreven. Er zijn dan zes jeugdelftallen en VVIJ telt ruim driehonderd leden.

    Velden afgekeurd

    De terreinperikelen bleven VVIJ achtervolgen. Het in augustus 1954 betrokken veld aan de Zwarte Dijk lag niet alleen erg afgelegen maar was ook van zeer slechte kwaliteit. Het regende afgelastingen. In 1957 greep de KNVB in en liet weten dat er geen wedstrijden meer op dit veld gespeeld mochten worden.

    Met veel pijn en moeite én de steun van kerk en gemeente werd in 1958 een nieuw terrein gevonden. Wederom op Hoogland, maar véél gunstiger gelegen. De kerk verleende een renteloos voorschot van f 12.000,- en ook een huis-aan-huiscollecte gaf financiële armslag.

    Mede door zelfwerkzaamheid was VVIJ nu in het bezit van een schitterend terrein zoals de vereniging niet eerder in haar bestaan had gekend!