Cookie beleid VVIJ

De website van VVIJ is in technisch beheer van VoetbalAssist en gebruikt cookies. Hieronder de cookies waar we je toestemming voor nodig hebben. Lees ons cookiebeleid voor meer informatie.

Functionele cookies

Voor een goede werking van de website worden deze cookies altijd geplaatst.

Analytische cookies

Google analytics Toestaan Niet toestaan

Marketing cookies

Facebook Toestaan Niet toestaan

Handleiding grensrechter

Handleiding grensrechter

Het doel van de grensrechter (assistent-scheidsrechter) is het assisteren van de scheidsrechter. Je beloopt hiervoor slechts één helft van het veld, namelijk de ‘thuis-zijde’ van het eigen team. In de tweede helft steek je diagonaal over. Je staat altijd aan de linkerzijde van het veld, gekeken met de rug naar het ‘eigen’ doel. Hiervoor heb je drie taken:

TAAK 1 Ballen buiten de lijnen
Je oordeelt welke partij het laatst de bal heeft aangeraakt wanneer de bal over de (buiten)lijnen van het veld gaat. Gaat de bal over de:
Zijlijn: dit leidt tot een ingooi. Als partij X de bal het laatst heeft aangeraakt, krijgt Y de ingooi. Dit wordt aangegeven door de vlag in de aanvalsrichting van Y op te steken.
Achterlijn: dit leidt tot een hoekschop (corner) of een doeltrap (keeperbal). De vlag wijst naar beneden richting de hoekvlag bij een hoekschop. Of naar beneden richting de ’16-meter’ bij een doeltrap.

TAAK 2 Buitenspel
1. Een speler kan alleen buitenspel staan op de helft van de tegenstander en de speler moet zich bevinden vóór de plaats waar de bal het laatst wordt aangeraakt door een speler van het eigen team. Een terugspeelbal van de tegenstander kan dus niet leiden tot buitenspel.
2. Een speler staat buitenspel als tussen hem en de laatste verdediger (meestal de keeper) geen andere verdediger staat.
3. Staat hij precies op gelijke hoogte als de voorlaatste verdediger, dan is het geen buitenspel.
4. Buitenspel wordt alleen bestraft als de speler actief bij het spel betrokken is. Meestal wordt er pas gefloten als de speler de bal krijgt toegespeeld.
5. Hier zijn uitzonderingen op. In deze gevallen wordt het buitenspel níet bestraft:
    a. De speler krijgt de bal vanuit een hoekschop.
    b. Bij een doeltrap door de eigen keeper.
    c. Bij een inworp van een speler uit het eigen team.
6. Een andere uitzondering is als de speler achter de bal blijft op het moment dat deze hem wordt toegespeeld.

Je kan dus alleen buitenspel staan als de bal voorwaarts (dus in de richting van het doel van de tegenstander) wordt gespeeld.

Situatie 1: Wanneer een ploeg in de aanval gaat, houdt het spel voor hen op bij de laatste verdediger van de tegenpartij. Als de speler zich bevindt achter de laatste verdediger, dan staat hij dus buiten het spel. Als de aanvaller de bal krijgt aangespeeld wanneer hij achter de laatste verdediger staat, staat hij dus buitenspel. Wanneer hij scoort in deze positie, geldt dit doelpunt niet. Hij stond immers buiten het spel.

Sitiuatie 2:
Het is buitenspel als een speler dichter bij de doellijn van de tegenstander is dan de bal en de voorlaatste tegenstander. In deze situatie gaat het om enig deel van het hoofd, lichaam of de voeten. Armen vallen hier niet onder. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Strafbaar buitenspel: de speler neemt deel aan het spel. De bal wordt op hem of in zijn richting gespeeld.
Niet strafbaar buitenspel: de speler neemt niet deel aan het spel. De bal gaat in het geheel niet in zijn richting. Hij ligt bijvoorbeeld geblesseerd op de grond.

Zo ziet het er van bovenaf uit wanneer zwart verdedigt, rood aanvalt, wit is de spelrichting van de bal:

.
TAAK 3 Onregelmatigheden
Het rapporteren van onregelmatigheden op het veld die zich aan het oog van de scheidsrechter onttrekken. Door de vlag te heffen, kan de grensrechter hiervoor de aandacht van de scheidsrechter vragen. De scheidsrechter neemt dan een beslissing.
We wensen je veel succes en plezier!
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!